De R-en van de circulaire economie!

Wanneer we het over circulaire economie hebben, zijn de verschillende R-en niet weg te denken. De R van Recyclen is natuurlijk een hele bekende. De R van Repair wordt ook steeds bekender. Er zijn verschillende modellen voorhanden waarin de R-en worden benoemd. Het 7R model is het meest bekend.

Dit model is ontwikkeld door Royal HaskingDHV. Het is een samenvoeging van het Triple-R Model, de ladder van Lansink en het EMF model. In volgorde van impact biedt het model zeven praktische manieren om de circulaire economie te organiseren zodat er een systeem ontstaat dat bruikbaar blijft in de toekomst. Hiermee kunnen we toewerken naar een situatie waarin materialen zoveel mogelijk opnieuw worden gebruikt zonder verspilling en waarbij afval wordt uitgebannen.

Triple-R model
Het Triple-R model gaat over duurzaam leven volgens de 3 R-en van Reduce (reduceren), Reuse (hergebruiken), Recycle (recyclen).

Ladder van Lansink
De ladder van Lansink is een standaard op het gebied van afvalbeheer. De standaard is genoemd naar de Nederlandse politicus Ad Lansink, die al in 1979 in de Tweede kamer een motie voor deze werkwijze indiende. Het afvalbeheer is erop gericht voorrang te geven aan de milieuvriendelijkste manier van verwerken. Preventie is beter dan hergebruiken. Hergebruiken is beter dan recyclen, enzovoort.

EMF (Ellen MacArthur Foundation) model
Dit gaat over het vlindermodel van de Ellen MacArthur Foundation. Een model of diagram dat lijkt op een vlinder om te benadrukken dat in een circulaire economie een continue stroom van biologische (de groene kant) en technische materialen (de blauwe kant) bestaat binnen ‘waarde cirkels’.

Een korte beschrijving van de 7 R-en als leidraad voor organisaties en consumenten:
Rethink – De R van Rethink heeft alles te maken met bewustzijn.  De vertaling van Rethink is heroverwegen. Denk, als organisatie, nog eens goed na over je organisatie, processen en producten, onderzoek of er mogelijkheden zijn in de richting naar meer circulair ondernemen. Consumenten zouden nog eens goed na kunnen denken of zij bepaalde producten eigenlijk wel echt nodig hebben.
Reduce – Een organisatie kan nadenken over het verminderen van materiaalgebruik door producten ‘lean’ of met minder onderdelen te ontwerpen. Ze kunnen proberen de levensduur van de producten te verlengen. Consumenten kunnen proberen minder te verbruiken door bijvoorbeeld zuiniger te zijn met stroom, papier of shampoo.
Repair – Repareer onderdelen en componenten zodat producten langer zijn te gebruiken door eenzelfde gebruiker. Organisaties kunnen reparatie-afdelingen opzetten. Consumenten kunnen proberen het apparaat zelf te repareren, maar kunnen vaak ook terecht bij een Repair-café.
Reuse – Hergebruik producten door ze in hun oorspronkelijke (of gewijzigde) vorm over te dragen aan een andere gebruiker. Dit geldt zowel voor organisatie als voor consumenten. De kringloopwinkels zijn hier een goed voorbeeld van.
Refurbish – Renoveer als organisatie je producten door defecte componenten en onderdelen te vervangen door nieuwe. Je kunt het product daarbij upgraden en updaten.
Recycle – Recycle materialen door het demonteren van componenten en het scheiden van onderdelen. Consumenten kunnen hier een bijdrage aan leveren door afval gescheiden in te leveren en oude apparaten in te leveren bij het recyclepunt in je gemeente.
Recover – Herwin waar mogelijk eventueel ingebedde energie uit niet-recyclebaar afval. De warmte die vrijkomt bij het verbranden van afval kan weer worden gebruikt om elektriciteit op te wekken of huizen te verwarmen.

Er zijn nog meer R-en die kunnen bijdragen aan duurzaam ondernemen. In aanvulling op het 7R model vond ik nog zes R-en:
Refuse – Weigeren. We kunnen ook besluiten dingen niet meer te maken of te kopen omdat ze lastig duurzaam zijn te maken en we ze eigenlijk toch niet echt nodig hebben. Dit ligt een beetje in het verlengde van Rethink.
Re-mine – In producten zoals telefoons en tablets zitten veel kostbare materialen zoals Kobalt. Deze producten kunnen teruggewonnen worden en weer worden gebruikt. Ook hier is het belangrijk dat consumenten deze telefoons en tablets weer inleveren wanneer ze niet meer gebruikt worden.
Remanufacture – hier ligt een klein verschil met Refurbish. Bij Remanufacture wordt het gehele product opnieuw gemaakt met ‘tweedehands’ grondstoffen en onderdelen.
Replace – Substitutie. Het proberen te vervangen van conventionele grondstoffen door duurzame en mogelijk biobased grondstoffen. Zo is de mogelijkheid aangetoond dat je van aardappelschillen vliegtuigbrandstof kunt maken. Een Australische universiteit heeft een manier gevonden om resten van bananen om te zetten in een recyclebaar bioplastic. Bietenpulp kan toegepast worden in (vaat)wasmiddelen en in de productie van leer.
Re-Purpose – Het zoeken van een ander doel voor een product. Producten of onderdelen kunnen wellicht anders aangewend worden dan waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Van hout dat vrijkomt uit de bouw kunnen bijvoorbeeld tafels worden gemaakt.
Re-design – Herontwerpen. We kunnen producten anders gaan ontwerpen waardoor ze beter geschikt worden voor circulair gebruik. Dit ligt in het verlengde van Repair waar producten om goed gerepareerd te kunnen worden soms anders ontworpen moeten worden.

December 2019, Jolanda Kwakman

Interessante bronnen:
https://tgthr.nl/7r-model-2/
https://www.nudge.nl/blog/2015/09/01/de-r-en-de-circulaire-economie/
http://www.cirkellab.nl/2015/07/02/blog-de-r-en-in-de-drechtse-circulaire-economie/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *