Ladder van Lansink (1979)

De Ladder van Lansink is in de afvalwereld een bekende term. Het geeft de voorkeursvolgorde aan voor het optimale beheer van huishoudelijk en bedrijfsafval. Preventie, het voorkomen van afval is de bovenste sport van de Ladder. Dan volgen hergebruik van producten en materialen, daarna verbranding, liefst met terugwinning van energie. Blijft er hierna nog afval over, dan rest slechts storten. De volgorde is gebaseerd op de motie van Ad Lansink, die al in 1979 door de Tweede Kamer werd aanvaard. In 1993 werd de motie opgenomen in de Wet Milieubeheer. De Ladder van Lansink werd wereldwijd een standaard voor omgaan met afval. De populariteit van zijn ladder is alleen maar toegenomen, dankzij de opmars van de circulaire economie.

‘Eigenlijk is de Ladder de voorloper van wat ze nu de circulaire economie noemen’, meent Lansink in de Gelderlander van 13 februari 2017. En dat verklaart mogelijk ook de recent toegenomen populariteit van zijn ladder. De circulaire economie is nu ‘hot’, bedrijven en overheden zetten volop in op verduurzaming. Nederland probeert zich internationaal zelfs als circulaire hotspot op de kaart te zetten. ‘Mensen die er verstand van hebben, zien dat de basis in 1979 is gelegd’, zegt de oud-politicus. ‘Ik had nooit een beeld van hoe populair de Ladder was, maar de aandacht voor circulaire economie heeft de aandacht voor de Ladder zeker doen toenemen.’

De Ladder van Lansink is opgebouwd uit de volgende ‘treden’:

Preventie
Voorkomen dat afval ontstaat. Geen wegwerpbekertjes gebruiken bijvoorbeeld, maar eigen koffiebekers bij de koffieautomaat.

Hergebruik Hergebruiken van een product voor hetzelfde doel. Bijvoorbeeld een waterfles gebruiken die steeds opnieuw gevuld kan worden.

Recycling
Materiaal hergebruiken door uit oude producten of verpakkingen de grondstoffen terug te winnen die gebruikt kunnen worden om nieuwe producten of verpakkingen te maken. Denk aan hergebruik van glas om nieuwe potjes en flessen van te maken.

Energie
Energie halen uit materialen en gebruiken als brandstof om energie mee op te wekken in afvalenergiecentrales of als grondstof voor de productie van nieuwe brandstoffen. Zoals houtafval verwerken tot groene stroom of gebruikt frituurvet verwerken tot HVO (synthetische diesel).

Verbranding
Verbranden van afval. Dit komt nog voor in Nederland, maar bij alle verbranding van huishoudelijk afval wordt energie teruggewonnen. Alle Nederlandse afvalenergiecentrales wekken op efficiënte manier stroom op uit de warmte die vrijkomt bij de verbranding van afval.

Storten
De laatste trede is storten. Deze vorm is het meest milieubelastend en zal zoveel mogelijk moeten worden gemeden.

Februari 2020, Jolanda Kwakman

Interessante bronnen:
https://www.adlansink.nl/
https://www.gpgroot.nl/afvalhierarchie/
https://www.gelderlander.nl/nijmegen/ladder-van-de-godfather-of-waste-leeft-als-nooit-tevoren~ab2df8d6/?referrer=https://www.google.nl/
https://www.afvalgids.nl/ladder-van-lansink-de-kracht-van-de-kringloop/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *