Afval

Eén van de principes van de circulaire economie is dat afval niet bestaat. Het is de bedoeling dat producten zo worden ontworpen dat er geen afval en vervuiling meer is. Vrijwel alle producten en materialen die we in de toekomst gebruiken, worden steeds opnieuw gebruikt. Het afval is de nieuwe grondstof.

In 2030 moet Nederland 50% minder primaire (nieuwe) grondstoffen gebruiken, waaronder fossiele brandstoffen, metalen en andere delfstoffen. Dat kan door grondstoffen terug te winnen uit afval en opnieuw te gebruiken. Liefst op een hoogwaardige manier.  De overheid wil de Nederlandse economie in 2050 volledig laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Door afval te scheiden dragen we een steentje bij aan het halen van deze doelen en daarmee aan een beter milieu.

Hoe zit het vandaag de dag met afval?

In de Bosatlas van de Duurzaamheid (2019) kun je lezen dat de wereldburgers in 2016 gemiddeld 0,74 kilo aan huishoudelijk afval produceerden per persoon per dag. Natuurlijk met grote verschillen over de wereld. Zo werd er in Afrika ten zuiden van de Sahara slechts 0,46 kilo per persoon per dag geproduceerd en in Noord-Amerika maar liefst 2,21 kilo. Door de bevolkings- en welvaartsgroei zal dit mogelijk nog groeien met 70% tussen nu en 2050. In de Wereld wordt ruim 1/3 gestort of verbrand in de openlucht. Ook belandt er veel westers afval in de derde wereld, van plastic flesjes tot olietankers.

In de Europese Unie belandt een kwart van het afval nog op een vuilnisbelt. Landen in Zuid- en Oost-Europa storten nog ongeveer de helft van hun afval. Dit komt in de West-Europese landen nauwelijks meer voor. Nederland doet inmiddels niet meer aan lozen, storten en doelloos verbranden. Afval wordt waar mogelijk gescheiden, gecomposteerd, recycled en hergebruikt of het wordt verbrand om energie te winnen voor elektriciteitscentrales. Composteren en recyclen neemt in de hele Europese Unie wel snel toe, maar er zijn nog grote verschillen tussen de lidstaten onder andere door verschillen in welvaart.

Plastic een groeiend probleem

Met plastic kun je heel veel doen. Het is een veelzijdig materiaal. Het is goedkoop en te krijgen in elke kleur en hardheid. Het is makkelijk te verwerken en heeft een lange levensduur. Toch is plastic een groeiend probleem. Het grootste gedeelte van alle geproduceerde plastic wordt in de loop van de tijd weggegooid. In oceanen hoopt het zich op en breekt het niet af, maar valt uiteen in kleine deeltjes. De bekende plasticsoep. Deze deeltjes komen dan weer deels in de voedselketen terecht. Westerse landen proberen meer plastic te recyclen, maar tot op heden wordt slechts een beperkt deel ook echt gerecycled en hergebruikt. Veel wordt verscheept naar andere landen, maar sinds 2018 weigert China zulke zendingen en ook andere landen volgen inmiddels dit voorbeeld. Eén van de problemen met plastic is dat door de lage olie- en gasprijzen de prijs van nieuw plastic sterk gedaald is. Zozeer zelfs dat dit nieuwe plastic goedkoper is dan gerecycled plastic. Dit komt deels ook door de huidige Covid-19 crisis. Ook zijn er zoveel verschillende soorten plastic dat het technisch heel lastig en dus kostbaar is ze ‘zuiver’ te recyclen.

Foto van Angela Compagnone op Unsplash

Verspilling in de voedselketen

Jaarlijks gooit een gemiddelde Nederlander iets meer dan 40 kilo voedsel weg. 60% daarvan belandt in de afvalbalk of de gft-container. 30% komt in de gootsteen of het toilet terecht en 10% wordt gevoerd aan dieren of eindigt op een composthoop.  In de hele voedselproductieketen gaat er per jaar veel, nog voor consumptie geschikt, voedsel verloren. In totaal gaat het om 1,8 tot 2,5 miljoen ton. Een kwart daarvan wordt door consumenten verspild. De rest bij producenten, supermarkten, restaurant, enzovoort. Voedsel dat niet verkocht wordt gaat voor een klein deel naar de voedselbanken. Kromme komkommers gaan naar de saladefabriek en kliekjes uit de restaurants gaan steeds vaker mee naar huis. Veevoer is de belangrijkste bestemming van niet geconsumeerd voedsel en verbranden komt op de tweede plaats (Bosatlas voor de Duurzaamheid, 2019).

Zwerfafval 

Op de website https://www.nederlandschoon.nl/over-nederland-schoon/over-zwerfafval vind je informatie over zwerfafval. Zwerfafval of zwerfvuil is al het afval dat rondslingert op plekken die daar niet voor bestemd zijn, bijvoorbeeld op straat, in de berm, op het strand of in natuurparken. Het is gewoonlijk afval dat daar door menselijk handelen (bewust of onbewust), door nalatigheid, of door natuurkrachten (zoals water en wind) terechtgekomen is.
Zwerfafval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties, bijvoorbeeld blikjes, flesjes, wikkels of patatbakjes. Dit wordt ook wel grof zwerfafval genoemd. Ook sigarettenpeuken en kauwgom worden vaak op straat, in parken of langs de weg achtergelaten en vormen het belangrijkste onderdeel van de categorie fijn zwerfafval. Een derde categorie zwerfafval bestaat uit grofvuil; groot en/of zwaar weggeworpen afval. De afbraaktijd van zwerfafval is voor elk materiaal verschillend. Hieronder zie je een overzicht met verschillende afbraaktijden:

Afval scheiden en wat gebeurt er dan?

Afval is waardevol. Door afval bij de bron te scheiden, kun je een schat aan grondstoffen krijgen voor nieuwe producten. Dat scheelt kostbare natuurlijk hulpbronnen zoals bomen en aardolie. Het recyclen van afval kost vaak ook minder energie dan het winnen van nieuwe grondstoffen.

Van de 500 kilo afval die Nederlands gemiddeld per persoon per jaar weggooien, inclusief het grofvuil, bieden zij iets meer dan de helft gescheiden aan.

Op de website https://afvalscheidenheelgewoon.nl/wat-gebeurt-er-met-mijn-afval vind je een overzicht van wat er gebeurt met al dat gescheiden afval. 

* Van oud plastic kunnen nieuwe plastic flessen, tennisballen, slaapzakken, kratten en speelgoed gemaakt worden. Hergebruik van plastic bespaart aardolie, omdat de belangrijkste grondstof van plastic aardolie is.
* Drinkpakken zijn gemaakt van karton en plastic. Soms zit er ook nog een laagje van aluminium bij. Het papier, plastic en aluminium kunnen opnieuw worden gebruikt. Van drinkpakken worden kartonnen dozen, tissues, behang en wc- papier gemaakt.
* Van de papiervezels uit oud papier wordt nieuw papier, zoals krantenpapier, tissues, kartonnen dozen, behang en wc-papier gemaakt.
* Van oud glas wordt weer nieuw glas gemaakt. De glasscherven worden in de fabriek en in de afvalwagen op kleur apart gehouden. De scherven worden gesmolten en hiervan worden nieuwe glazen flessen of potten gemaakt.
* Van GFT wordt eerst biogas (groene stroom) gemaakt en daarna compost. Bacteriën maken biogas uit het methaangas dat in GFT zit. Dit duurt 2 tot 3 weken. Het biogas wordt gebruikt voor de verwarming van huizen en brandstof (groengas) voor auto’s. Daarna wordt er compost van het GFT gemaakt. Compost verbetert de bodem, zodat bloemen in de tuin en planten in de landbouw beter groeien.

Foto van Paweł Czerwiński op Unsplash

* Goede kleding en schoenen worden opnieuw gedragen. Deze krijgen een tweede leven via kringloopwinkels. De textielvezels uit het textiel dat niet meer verkocht kunnen worden, worden in poetslappen, matrassen, autostoelen of garen voor vloerbedekking en dekens verwerkt. Ook komen er steeds meer technieken beschikbaar om textiel hoogwaardig te kunnen recyclen zodat er weer nieuwe garens en stoffen gemaakt kunnen worden voor nieuwe kledingstukken.  
* Van gebruikte vetten en olie wordt biodiesel en biobrandstof gemaakt. Biobrandstof wordt gebruikt voor bijvoorbeeld auto’s en tuinbouwkassen Hierdoor komen er minder schadelijke stoffen in het milieu.
* Restafval kan niet opnieuw worden gebruikt. Dus wordt restafval verbrand. Dat gebeurt in grote ovens, met een temperatuur hoger dan 850 graden Celsius. Uit deze warmte wordt elektriciteit gemaakt. Na het verbranden blijft as over.
* Uit apparaten (E-waste) worden kostbare grondstoffen teruggewonnen. Ook wordt voorkomen dat er schadelijke stoffen in het milieu terecht komen.


November 2020, Jolanda Kwakman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *